Een van de veel voorkomende blessures in veld- en zaalvoetbal is de liesblessure.
De regio van de binnenste dijbeenspieren, het gebied waar het bekken in het been overgaat, en de regio rondom het schaambeen behoren over het algemeen tot de lies. Een liesblessure kan plotseling, als gevolg van een trauma(overtreding) zijn ontstaan, maar kan ook ontstaan als gevolg van een geleidelijke overbelasting of verkeerde techniek.
Het herstel van een acute blessure is meestal gunstig; in een onderzoek van voetbalblessures blijkt slechts 13% langer dan 3 weken liesklachten te houden. De liesblessure die een geleidelijke ontstaanswijze hebben zijn vaak langduriger. Vaak is de oorzaak van deze klachten erg moeilijk te achterhalen, en zijn ze erg lastig te behandelen wat kan leiden tot een chronische hardnekkige klacht.
Om een goede behandeling van de klacht mogelijk te maken is het allereerst van belang, om de exacte locatie van de pijnklacht duidelijk te krijgen.
Als de pijn vooral boven de inguinale ligament (figuur 1) gelokaliseerd is, is de aandoening van de buikwand waarschijnlijk. Pijn bij buikspieroefeningen of bij taken waarbij de druk in de buik hoog oploopt, zoals hoesten, niezen en persen, zijn kenmerkend, maar behoeven niet perse aanwezig te zijn. Deze aandoening staat bekend als een zogenaamde “sportsman’s hernia”, wat overeenkomt met een zeer minimale liesbreuk.

Een andere mogelijke oorzaak is, dat er een probleem is met (de aanhechting van) een van de adductoren, genaamd een adductoren tendopathie. De pijn is eerder onder het ligament gelokaliseerd. Meestal worden de m.adductor longus en de m.gracilis als eerste verdacht. Sporters met deze klachten hebben vaak pijn bij het rekken van de binnenste dijbeenspieren, maar tijdens het krachtig aanspannen zoals weergegeven in figuur 2.

Een derde oorzaak van liesklachten is de instabiliteit van het bekken die zich uit in irritatie van het schaambeen, genaamd osteitis pubis. Het klachtenpatroon van deze groep komt grotendeels overeen met de klachten van sporters met een aandoening van de binnenste dijbeenspier, maar als zij de binnenste dijbeenspieren krachtig aanspannen met een zgn. bekkenband om, ervaren zij vaak minder pijn.
Als een zogenaamde sportsman hernia is gediagnosticeerd, kan rust en sportadvies in een groot aantal gevallen de klachten doen wegnemen. Voor diegenen die klachten blijven houden, kan een buikwandoperatie uitkomst bieden. De buikwand wordt dan vaak met een matje verstevigd. De revalidatieperiode na zo’n operatie is relatief kort (4-8 weken). Voor de andere twee mogelijke oorzaken is fysiotherapeutische behandeling een goede optie.
Onderzoek heeft aangetoond dat passieve behandeling bestaande uit massage, ultrageluid, warmte etc. niet goed helpt. Alternatieve oefentherapie daarentegen is wel effectief gebleken. In de Nederlandse fysiotherapeutische praktijk worden twee actieve behandelvormen gegeven. Het UMC Utrecht heeft samen met de KNVB en het Erasmus MC Rotterdam een onderzoek opgezet om de resultaten van deze twee actieve behandelvormen met elkaar te vergelijken.
Auteur: Jaap Jansen, onderzoeker UMC Utrecht, Sportgeneeskunde