Hamstringblessure

Hamstringblessures treden regelmatig op bij voetbal. In het betaalde voetbal is de hamstringblessure zelfs de meest frequent voorkomende blessure met 13-17% van alle blessures.

Dat er een relatie is met het niveau van de sportbeoefening en de leeftijd blijkt uit het feit, dat hamstringblessures in het amateurvoetbal vooral optreden bij seniorenvoetballers uit de hoogste elftallen en bij juniorenvoetballers in de fase van de groeispurt.

In het betaald voetbal leiden hamstringblessures gemiddeld tot 18 dagen voetbalverzuim en verzuim van 3-3.5 wedstrijden. In het Engelse betaalde voetbal registreert men 5-6 hamstringblessures per club per seizoen. Het aantal recidief blessures optredend binnen 6 weken na de oorspronkelijke blessure bedraagt 21-31%. Ongeveer 2/3 van de hamstringblessures betreft de M.biceps femoris.

Verschillende oorzaken voor hamstringblessures worden opgevoerd:

Tabel 1 Oorzaken hamstringblessures

Om meer inzicht te krijgen in de oorzaken van hamstringblessures is een anatomisch rappel aangewezen.

De hamstrings lopen aan de achterzijde van het bovenbeen en bestaan uit de volgende componenten: M.biceps femoris (caput longum en caput breve), M. semitendinosus, M.semimembranosus. De oorsprong van de hamstrings is de zitbeenknobbel, waarbij aangetekend moet worden, dat de M.biceps femoris met zijn caput longum doorloopt in de sacrotuberale gewrichtsband, die met zijn spanning beweging en stabiliteit in het SI-gewricht controleert. De M.semitendinosus en de M.semimembranosus hechten distaal aan op de zogenaamde ganzevoet (pes anserinus) op de proximale mediale zijde van het scheenbeen. De M.biceps femoris hecht aan op het kopje van het kuitbeen en op de laterale rand van het scheenbeenplateau.

De hamstrings zijn bi-articulaire spieren d.w.z. zij lopen over 2 gewrichten, het heupgewricht en het kniegewricht, en oefenen dus hun functie uit t.o.v. deze gewrichten.

Het merendeel van de hamstringactiviteiten zijn excentrisch d.w.z. dat de hamstrings aanspannen en kracht ontwikkelen terwijl zij langer worden. Dit gebeurt bij voorbeeld in de voorwaartse zwaaifase bij het lopen vlak voor de landing en bij de wreeftrap.

Concentrische activiteiten d.w.z het verkorten van de hamstrings met ontwikkeling van kracht betreffen de extensie (strekken) van het been t.o.v. het heupgewricht, de flexie (buigen) van de knie, de endorotatie (naar binnen draaien) van het onderbeen (M.semitendinosus, M. semimembranosus) en de exorotatie (naar buiten draaien) van het onderbeen (M.biceps femoris) t.o.v. de knie.

Tenslotte dragen de hamstrings in co-contractie met andere spieren bij aan de functionele stabiliteit van zowel het heupgewricht (i.s.m. bilspieren, aanvoerende spieren, grote haasspier) en het kniegewricht (i.s.m. de 4-hoofdige dijspier, de kuitspieren).

Geen wonder dat de hamstrings door hun gecompliceerd verloop en functie kwetsbaar zijn voor blessures. Acute hamstringblessures treden vooral op bij de overgang van de excentrische arbeid naar de concentrische arbeid, dus bij de overgang van de voorste zwaaifase via de landingsfase naar de afzetfase bij explosieve loopacties.

Preventie

Bij de preventie van hamstringblessures moet extra aandacht besteed worden aan de volgende zaken:

De FIFA heeft met het programma "the 11" een oefenprogramma op de markt gebracht, waarin veel aandacht besteed wordt aan excentrische krachttraining voor de hamstrings, training van de rompstabiliteit en functionele stabiliteit van de onderste ledematen, training van wendbaarheid en van plyometrische kracht. Het programma heeft een wetenschappelijke onderzoeksbasis. Aangetoond is dat met de introductie van dit oefenprogramma als vast onderdeel van de training na een goede warming-up veel blessures van de onderste ledematen inclusief hamstringblessures voorkomen kunnen worden.

Wat betreft de diagnostiek en behandeling van hamstringblessures wordt verwezen naar de volgende literatuur:

Auteur: Han Inklaar