Enkelblessure

Jaarlijks lopen meer dan 600.000 mensen een traumatisch letsel op van de enkel. Meer dan de helft ontstaat tijdens sportbeoefening. Bij veld- en zaalvoetbal is enkelletsel de meest voorkomende blessur. Na een acuut trauma dient er onderscheid gemaakt te worden tussen een enkelfractuur, een lateraalbandruptuur, mediaalbandruptuur, een distorsie en/of overig letsel.

Het enkelletsel gaat in de meeste gevallen om een inversietrauma, ook wel supinatietrauma genoemd. Bij een inversietrauma treedt de schade aan de laterale zijde van het gewricht op:

Als er sprake is van een minder voorkomend eversie trauma kan er schade zijn aan het mediale kapselbandapparaat. In dat geval dient het ligament deltoideum onderzocht te worden op een eventueel (partieel) ruptuur.

Bij een distorsie is er sprake van een uitrekking van de band zonder ruptuur. Een distorsie geneest over het algemeen in korte tijd.

Na het doormaken van een acuut enkeltrauma moet besloten worden of er een röntgenfoto gemaakt moet worden. Hiervoor zijn regels opgesteld: de “Ottawa ankle rules”. Direct lichamelijk onderzoek is gericht op uitsluiten van een fractuur, schade van het ligament deltoideum, een luxatie van de peroneuspezen of een syndesmoseruptuur. Uitgestelde diagnostiek (4 - 5 dagen) t.a.v. het vaststellen van lateraalenkelband letsel geeft betrouwbaarder informatie omtrent de schade dan direct onderzoek van het laterale kapselband apparaat.

Acuut enkelbandletsel

Een acuut enkelbandletsel zonder nevenpathologie kan conservatief behandeld worden met een korte periode van rust, ijs, compressie en elevatie voor de eerste 3 dagen. Daarna start de "functionele behandeling". De enkel kan volledig belast gaan worden met behulp van een brace of tapebandage. Er kan een start gemaakt worden met spierversterkende en proprioceptie verbeterende oefeningen.

Ongeveer 10 tot 20% van de enkeldistorsies blijft chronisch zwikklachten houden. Er is sprake van functionele enkelinstabiliteit wanneer er 6 maanden na het primaire enkelbandletsel klachten blijven bestaan van instabiliteit. Deze klachten treden op ondanks de functionele behandeling volgend op het acute enkelbandletsel. Bij regelmatig zwikken neemt de kans op schade toe aan het gewrichtskraakbeen van de talus. Deze patiënten dienen ter diagnostiek door een orthopedisch chirurg gezien te worden.

Preventieve maatregelen voor recidief enkeldistorsie:

Voor de bovenstaande maatregelen ter voorkoming van een recidief enkelletsel is wetenschappelijk aangetoond dat 1 of liever een combinatie van maatregelen de kans op een nieuwe enkeldistorsie verkleind.

Geraadpleegde literatuur:

Auteur: Michel Eskes, fysio-manueeltherapeut SMC-KNVB